Daphne

nieuws

Inbreng CDA bij economische visie 2020 - 2027.

20 mei 2020

We beleven momenteel de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Nog nooit was de Nederlandse economie zo abrupt tot stilstand gekomen. Nog nooit was onze kwetsbaarheid en afhankelijkheid van de maakindustrie van andere continenten zo duidelijk geworden. 

Het CDA heeft altijd sterk ingezet op de Utrechtse (innovatieve) maakindustrie en dan vooral het MKB en de familiebedrijven. Deze uitdaging waarin we ons momenteel bevinden bevestigd ons nogmaals hoe belangrijk deze vitale sector voor onze economie is. De grootste bedreiging voor MKB/Familiebedrijven is niet concurrentie maar is vaak de opvolging. Daarom hebben wij als CDA in 2018 het initiatiefvoorstel Ondersteuning Familiebedrijven ingediend. De voorliggende economische visie 2020-2027 en de eerste positieve resultaten van de pilot ‘Opvolging Familiebedrijven’ is voor ons een aanleiding het belang van familiebedrijven, zeker in deze tijd weer aan te stippen.

Hoewel er in het voorwoord wordt stilgestaan door de Gedeputeerde bij de huidige Corona crisis is het wel duidelijk dat de visie nog van voor dit tijd is. Toch stelt de gedeputeerde een duidelijke vraag in het voorwoord, namelijk: Ontstaat er op de langere termijn een tendens naar produceren dichter bij huis, zodat we minder afhankelijk worden van andere economieën? Ons antwoord was in 2018 JA, is het nu JA en zal JA blijven. Het meest duurzaam produceren van producten (en soms diensten) is namelijk altijd zo dicht mogelijk bij de gebruiker. Daarbij is de maakindustrie ook gewoon nodig voor werkgelegenheid maar is er ook nog een argument bij gekomen de afgelopen maanden, namelijk het produceren van vitale producten zoals mondkapjes of andere medische beschermingsmiddelen. Verder kunnen wij hier ook nog opmerkingen maken richting samenwerking met China maar die zullen wij bewaren voor het debat over de evaluatie inzake onze relatie met China. 

Daarom ons eerste vraag.

1. Vind er overleg plaats met het Ministerie van Economische Zaken over een inventarisatie van onze vitale maakindustrie? Zo ja, wat wordt er beschouwd als vitale maakindustrie? Zo nee, kunnen wij op dit onderwerp niet proactief contact zoeken met het Ministerie om toch deze discussie te starten.

Tot zover de actualiteit. Veel van de visie blijft ondanks de coronacrisis overeind. Sinds een aantal jaar wordt er sterker ingezet op het MKB en met succes. Dat de  MKB-deal Maakindustrie Utrecht-West door het Ministerie van EZK geselecteerd om uit te werken tot een deal is hiervan een goed voorbeeld. Wij hebben met eigen ogen gezien hoe het MKB in Utrecht-West is georganiseerd, bijvoorbeeld de altijd succesvolle techniek driedaagse waarbij scholieren worden geënthousiasmeerd voor technisch onderwijs. 

Ook het Leven Lang Leren wordt aangestipt. Toch is ons niet helemaal duidelijk wat nu precies de concrete doelstellingen zijn van het HCA en wat onze exacte rol hierin is, kan de Gedeputeerde hier iets over vertellen? 

Kort voor ook de opvolgingsproblematiek aangestipt en het belang van de eerste pilot. Er wordt aangegeven dat eerst de tweede pilot nog wordt gedaan en daarna wordt geëvalueerd. Maar we hebben de evaluatie van de 1e pilot al gezien en de resultaten waren zeer positief. Er waren meer aanmeldingen dan plaatsen en de deelnemers vonden deelname erg positief terwijl ook de Hogeschool Utrecht goede data heeft kunnen verzamelen waarbij andere familiebedrijven in de toekomst geholpen kunnen worden. Is het niet te laat om te wachten tot de 2e pilot is afgerond om daarna pas te evalueren en tot acties te komen? Het initiatiefvoorstel is destijds met zeer grote meerderheid aangenomen en ook in het coalitieakkoord wordt daar nu nadrukkelijk aandacht voor gevraagd. Wat het CDA betreft is het nu al zaak om de pilot op te schalen van 10 deelnemers naar 50 deelnemers waarbij volgens de evaluatie ook efficiëntie zal toenemen. Hoe denkt de gedeputeerde hierover?  

Verder zien wij dat de evaluatie van MKBdoorgaan.nl pas in 2020 plaatsvindt. Wij zijn benieuwd hoe er om is gegaan met het benaderen van MKB bedrijven en wellicht ook dit initiatief neerleggen bij financiële instanties omdat zij vaak met MKB bedrijven nauw in contact staan.

Dan wordt er ook nog gesproken over bedrijventerreinen. Daarover wordt oa. gezegd  “Vooralsnog nemen wij geen zoekrichtingen op voor grootschaliger regionale bedrijventerreinen”  maar ook “Voor de korte termijn meer lokaal en voor de middellange termijn gaat het om het zoeken naar mogelijke locaties voor specifieke bedrijventerreinen: regionaal, goed bereikbaar, bij voorkeur 1 aan westkant en 1 aan oostkant van de provincie.”  Deze teksten vinden wij tegenstrijdig. Hoe zit dit?

Wat betreft werklocaties is de afgelopen periode toch duidelijk geworden dat door het gedwongen thuiswerken van mensen het huis noodgedwongen is veranderd in een werklocatie. De ervaringen van veel mensen, ook die van onszelf, is toch positief. Misschien niet om altijd thuis te werken maar toch voor een deel. 15% meer thuiswerken zou bijvoorbeeld ook het fileprobleem op kunnen lossen nog los van de tijdwinst en minder uitstoot. Echter thuiswerken vraagt veel van ons digitale netwerk. Al in 2015 heeft het CDA hiervoor het initiatiefvoorstel Glasvezel ingediend. Sinds dat moment zijn er duizenden mensen aangesloten op het glasvezelnetwerk. Maar toch zijn er nog genoeg gebieden en bedrijventerreinen die afhankelijk zijn van zeer traag internet. Wij vinden het als CDA opvallend dat er wel over bereikbaarheid in de zin van OV en asfalt maar niet over digitale bereikbaarheid. Het hele woord glasvezel komt bijvoorbeeld niet 1 keer voor. Is dit niet heel vreemd als wij onze provincie klaar willen maken voor de toekomst?

Naast de MKBdeal hebben wij ook nog de Regio Deal Foodvalley met als doel dat dit leidt tot betaalbaar, duurzaam en gezond voedsel. Maar ook zorgt voor een gezonde en aantrekkelijke woon- en leefomgeving voor mens en dier. Dit kunnen wij als CDA natuurlijk alleen maar toejuichen. Wel maken wij ons zorgen dat de financiën bij allerlei instanties blijven hangen en uiteindelijk niet terecht komen op het boerenerf. Is deze zorg terecht?

Tenslotte ligt er wat het CDA betreft een goede visie maar zien wij toch nog wat ruimte voor verbetering en aanscherping.

 

Daphne de Kruif Derk Boswijk